Aangenaam, leuk om kennis te maken!
¡Encantado/a!
Aangenaam, leuk om kennis te maken!
¡Mucho gusto!
Dag, tot ziens.
Adiós, hasta luego.
Geen dank
De nada.
Goedemiddag!
¡Buenas tardes!
Goedemorgen, goeiedag!
¡Buenos días!
Goedenavond, goedenacht!
¡Buenas noches!
Hallo, hoe is het?
Hola, ¿qué tal?
Heel erg bedankt!
¡Muchas gracias!
Hoe heet dat in het Spaans?
¿Cómo se llama eso en español?
Hoe heet je?
¿Cómo te llamas?
Hoe heet u?
¿Cómo se llama usted?
Hoe schrijf je dat ?
¿Cómo se escribe?
Hoe zeg je … in het Spaans?
¿Cómo se dice … en español?
Ik begrijp het niet.
No entiendo.
Ik ben Ana.
(Yo) soy Ana.
Ik heet Carlos.
(Yo) me llamo Carlos.
Kun je het nog een keer zeggen?
¿Puedes repetir?
Langzamer, a.u.b.
Más despacio, por favor.
Nog een keer, a.u.b.
Otra vez, por favor.
Tot volgende week!
¡Hasta la semana próxima!
Wat betekent … ?
¿Qué significa … ?
Wat een mooie naam!
¡Qué nombre más bonito!
Wat is je e-mail?
¿Cuál es tu email?